Informatie over de behandeling van klachten (art. 46 Advocatenwet) tegen advocaten

 

 

Wat gaat er gebeuren wanneer u een klacht indient tegen een advocaat bij de Deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Zwolle-Lelystad.

 

1.       Zoals bepaald in de Advocatenwet moeten klachten schriftelijk worden ingediend bij de Deken die deze klachten onderzoekt. De Deken kan het onderzoek doen uitvoeren onder zijn verantwoordelijkheid door de adjunct-secretaris of verwijzen naar een lid van de Raad van Toezicht (het bestuur van de plaatselijke Orde van Advocaten).
Als de klacht onvolledig of onvoldoende duidelijk is zal direct om nadere informatie worden gevraagd. Misverstanden kunnen zodoende worden voorkomen.

2.       De Deken stuurt de klachtbrief aan de advocaat over wie wordt geklaagd. De advocaat wordt in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken schriftelijk op de klacht te reageren. Daarna mag de klager reageren en tenslotte nog een keer de advocaat. De Deken kan de klager of de advocaat verzoeken om nader in te gaan op bepaalde aspecten, of betrokkene erop wijzen dat de reactie niet duidelijk dan wel onvolledig is.

3.       De Deken probeert - indien hij daartoe mogelijkheden ziet - te bemiddelen tussen de klager en de advocaat. Mocht deze bemiddeling tot een schikking leiden, dan wordt de op schrift gestelde schikking door de klager en de advocaat ondertekend. Het gevolg is dat de klager niet alsnog een klacht ter zake van dezelfde feiten kan indienen. Mocht de bemiddeling niet slagen of mocht de klager dan wel de advocaat geen prijs stellen op (verdere) bemiddeling, dan kan de klager de Deken verzoeken de klacht ter kennis te brengen van de tuchtrechter, de Raad van Discipline. In dat geval stuurt de Deken een brief, waarin de klacht wordt geformuleerd, met alle verzamelde gegevens aan de Raad van Discipline.

4.       Indien de klager bij de indiening van de klacht de Deken verzoekt de klacht onmiddellijk ter kennis te brengen van de tuchtrechter, stelt de Deken desalniettemin de advocaat, over wie wordt geklaagd, in de gelegenheid om binnen twee weken schriftelijk op de klacht te reageren. Zonodig zal daarop de klager nog weer mogen reageren en tenslotte de advocaat op de reactie van de klager. Daarna stuurt de Deken de klacht aan de Raad van Discipline.

5.       De Deken kan niet zelf uitspraak doen over de al dan niet gegrondheid van de klacht. Die bevoegdheid komt slechts toe aan de Raad van Discipline. De voorzitter van dit college kan de klacht niet-ontvankelijk dan wel kennelijk ongegrond verklaren, zonder dat deze ter zitting is behandeld. In andere gevallen wordt de zaak behandeld op een zitting van de Raad van Discipline in het Paleis van Justitie te Arnhem in aanwezigheid van de klager en de advocaat.

6.       Bij gegrondbevinding van de klacht kan de Raad van Discipline één van de volgende maatregelen opleggen: enkele waarschuwing, berisping, (voorwaardelijke) schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van ten hoogste één jaar, of uitsluiting van het beroep van advocaat.

7.       De tuchtrechter behandelt geen verzoeken om schadevergoeding. Voor schadevergoeding dient de klager een procedure bij de burgerlijke rechter tegen de advocaat aan te spannen. Ook de Klachten- en Geschillenregeling Advocatuur voorziet in de mogelijkheid van een schadevergoeding, doch tot een bedrag van maximaal € 10.000,-- inclusief BTW. Voorwaarde is wel dat de advocaat is aangesloten bij die regeling. De aangesloten advocaat kan hierover nadere informatie geven.

8.       De klager of de advocaat kan van de beslissing van de Raad van Discipline binnen 30 dagen na verzending van de uitspraak hoger beroep instellen bij het Hof van Discipline.

 

9.       Afhankelijk van de omstandigheden kan door de Deken van de hierboven omschreven procedure worden afgeweken.